Zure sokken en tas van katoen.

De afgelopen twee weken heb ik net zo vaak met  de trein gereisd als de afgelopen 6 jaar. Omdat het voor mij niet meer mogelijk is rond 09:00 uur in de morgen het centrum van Amsterdam te bereiken, moet ook ik af en toe met de vrienden van de NS.

Bijna iedere reis stoor ik mij aan de problemen met reistijden, goor meubilair, geen stroom én last but not least, irritante mensen! De laatste keer ben ik uitgekafferd toen ik klaar stond om uit te stappen. Ik was nog even aan de telefoon met mijn collega en werd ineens verrast met…

Vrouw (type te veel vrije tijd in de 50!): “WE WORDEN GEK VAN JULLIE!”

Ik: Wat bedoel je met jullie?

Vrouw: “NOU, JULLIE MENSEN DIE ALTIJD STAAN TE BELLEN!”

Naast haar stond zo een zelf-brood-bakkende-linnen-tas meewarig jaaaaaaaa, te knikken. Ik zal jullie besparen wat ik de twee lieve dames heb geadviseerd als ze echt zo op hun rust zijn gesteld.

Het is in iedergeval opmerkelijk dat iedere keer als ik een treinreis maak, ik met dit soort mensen te maken krijg. Ik realiseer me dat iedere vorm van irritatie bij jezelf ligt (van mijn vriendin geleerd), maar dit is toch ook om gek van te worden. Onbeschoft vind ik het.

Gelukkig zijn mijn collega’s nu volledig op de hoogte van mijn trein perikelen en dus vinden ze het niet raar meer als ik bijna fluisterend de telefoon opneem. Ook al zeggen ze dat het fijne aan de trein is dat je lekker – mark my words – lekker, kunt werken. Laatst kreeg ik zelfs het prachtige microblog / sms gedicht (140 char) van mijn collega Sjuul.

O stilte coupé,
cocon van mijmeringen!
Geen luid gesprek
of telefoons die tingelen.
Iedereen suft tevreden
en zit niets te doen.
Zure sokken en tas van katoen.